Bron redactie inFinance - 20-08-2013
Europeanen tussen de 50 en 70 jaar oud zijn onzeker over het behoud van
hun huidige levensstandaard na pensionering en zullen meer moeten
sparen om dit doel te bereiken. Dit blijkt uit pan-Europees onderzoek*
van verzekeraar Allianz in samenwerking met vermogensbeheerder Allianz
Global Investors. Nederlanders vallen op in het onderzoek doordat ze
voor hun beleggingen weinig gebruik maken van professionele adviseurs.
Ook schatten Nederlanders de gevolgen van inflatie te zwaar in.
De studie is gebaseerd op onderzoek onder 1,402 inwoners van 50 tot
70 jaar oud in zeven Europese landen: Nederland, Oostenrijk, Frankrijk,
Duitsland, Italië, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. De jongere
respondenten hadden over het geheel genomen een negatievere kijk op de
toekomst dan ouderen. De jongere groep maakt zich met name zorgen over
de gevolgen van pensioenhervormingen en de financiële crisis op hun
persoonlijke financiële reserves. Slechts 40% van de 50 tot 54-jarigen
denkt dat ze na hun pensioen hun levensstandaard kunnen vasthouden. Daar
tegenover staat dat 53% van de 60 tot 70-jarigen optimistisch is of al
verzekerd is van een relatief comfortabele levensstandaard.
Inflatie wordt in alle landen (behalve Oostenrijk) genoemd als het
grootste financiële risico voor het pensioen. Met name in Duitsland
(60%) en het VK (65%) is dit duidelijk. Maar gevraagd naar de precieze
gevolgen van inflatie bleek dat respondenten in de VK en Nederland deze
te zwaar aanzetten, terwijl men in Oostenrijk de neiging heeft tot
onderschatting. Fransen, Duitsers en Zwitsers bleken het meest
realistische beeld van inflatie te hebben.
Ook al interpreteren sommigen de risico’s van inflatie verkeerd, toch
heeft de meerderheid van de vijftigplussers het idee goed geïnformeerd
te zijn over financiële zaken en gebruikt een grote variëteit aan
informatiebronnen. Maar ook al is er een grote rijkdom aan informatie
beschikbaar, het belangrijkste voor hen die sparen voor hun pensioen is
de bruikbaarheid bij het beleggen.
Zwitsers meest tevreden met pensioenplanning
Bijna
tweederde van de respondenten is tevreden met de pensioenplanning en
slechts 8% ontevreden. Zwitsers zijn het meest tevreden met 81% tegen
2%. Het minst tevreden zijn Fransen (46% tegen 11%) en Italianen (54%
tegen 14%).
Er blijken ook grote verschillen te bestaan in de manier waarop men
het pensioen wil ontvangen. De helft van de Zwitsers prefereert een
levenslange maandelijkse of jaarlijkse uitkering, terwijl dit in andere
landen een kwart tot een helft van de respondenten is. In Oostenrijk en
Duitsland is de eenmalige uitbetaling veruit het meest populair
(respectievelijk 40% en 37%).
Britse respondenten vormen een uitzondering als het gaat om
investeringsbeslissingen. Bijna de helft van de respondenten zegt
beleggingen te doen zonder hulp van een beleggingsprofessional of
adviseur. Alleen de Nederlanders tonen met 42% een vergelijkbare mate
van onafhankelijkheid. Zwitserland kent het laagste percentage
respondenten dat geen advies van buiten zoekt: 23%.
Dr Renate Finke, Senior Economist International Pensions bij Allianz en auteur van de studie:
“Pensioenplanning is cruciaal voor het verzekeren van een goede
levensstandaard op latere leeftijd, maar veel respondenten erkenden
fouten te hebben gemaakt. Een derde erkent te laat te zijn begonnen en
een kwart zegt niet genoeg te hebben gespaard. Sparen voor een pensioen
is natuurlijk een uitdaging in het huidige economische klimaat van
financiële repressie. Maar om hun huidige levensstandaard te behouden
zullen veel mensen extra reserves moeten opbouwen via een pensioenplan
of gewoon spaargeld. Hopelijk zullen de ervaringen van gepensioneerden
of zij die bijna aan hun pensioen toe zijn jongere generaties motiveren
om aan hun pensioen te gaan denken.”
woensdag 21 augustus 2013
woensdag 3 juli 2013
Wetsvoorstel geleidelijk afschaffen partnertoeslag AOW
Bron: Rijksoverheid 03-07-2013
Bij de Tweede Kamer is een voorstel tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet ingediend met het oog op het geleidelijk afschaffen van de AOW-partnertoeslag voor mensen met de hoogste inkomens. Dit voorstel is onderdeel van het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher. De toeslag wordt vanaf 2015 in vier jaarlijkse stappen afgebouwd.
De geleidelijke afschaffing gaat gelden voor AOW-ers met een inkomen vanaf
€ 46.000,- (exclusief AOW). Vanaf deze inkomensgrens wordt de partnertoeslag geleidelijk gekort. Bij een inkomen van ongeveer € 54.000,- is de partnertoeslag geheel vervallen. In verband met de financiële consequenties die deze maatregel met zich mee kan brengen voor betrokkenen, wordt het recht op partnertoeslag niet van de ene op de andere dag ingeperkt, maar is er zowel een aankondigingsperiode als een afbouwpad.
Zowel voor nieuwe AOW-gerechtigden als voor het zittend bestand zal 1 januari 2015 als ingangsdatum gelden, waarmee de maatregel ruim van tevoren is aangekondigd. Vanaf 2015 zal de partnertoeslag vervolgens over een periode van drie jaar, in vier gelijke stapjes worden afgebouwd. Dat betekent dat de korting op de toeslag in 2015 voor 25% zal worden doorgevoerd, in 2016 voor 50%, in 2017 met 75% en tenslotte vanaf 2018 volledig zal zijn.
Het kabinet verwacht dat 13% van de AOW’ers die een partnertoeslag ontvangt, te maken krijgt met de geleidelijke afschaffing. Het gaat in 2015 om circa 27.000 mensen, voor wie de partnertoeslag in vier jaarlijkse stapjes wordt afgebouwd. Dit aantal loopt in de jaren daarna snel af, doordat er vanaf april 2015 geen nieuwe mensen meer instromen in de partnertoeslag.
Door de geleidelijke manier waarop de toeslag omlaag gaat, is het jaarlijkse maximale inkomenseffect ongeveer -2 ¼% .
AOW-ers met een partner die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor de partnertoeslag. Dit geldt tot het moment waarop de partner zelf in aanmerking komt voor AOW.
Overigens wordt de partnertoeslag in 2015 volledig afgeschaft. Mensen die op of na 1 januari 1950 geboren zijn, ontvangen dan geen partnertoeslag meer.
Bij de Tweede Kamer is een voorstel tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet ingediend met het oog op het geleidelijk afschaffen van de AOW-partnertoeslag voor mensen met de hoogste inkomens. Dit voorstel is onderdeel van het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Asscher. De toeslag wordt vanaf 2015 in vier jaarlijkse stappen afgebouwd.
De geleidelijke afschaffing gaat gelden voor AOW-ers met een inkomen vanaf
€ 46.000,- (exclusief AOW). Vanaf deze inkomensgrens wordt de partnertoeslag geleidelijk gekort. Bij een inkomen van ongeveer € 54.000,- is de partnertoeslag geheel vervallen. In verband met de financiële consequenties die deze maatregel met zich mee kan brengen voor betrokkenen, wordt het recht op partnertoeslag niet van de ene op de andere dag ingeperkt, maar is er zowel een aankondigingsperiode als een afbouwpad.
Zowel voor nieuwe AOW-gerechtigden als voor het zittend bestand zal 1 januari 2015 als ingangsdatum gelden, waarmee de maatregel ruim van tevoren is aangekondigd. Vanaf 2015 zal de partnertoeslag vervolgens over een periode van drie jaar, in vier gelijke stapjes worden afgebouwd. Dat betekent dat de korting op de toeslag in 2015 voor 25% zal worden doorgevoerd, in 2016 voor 50%, in 2017 met 75% en tenslotte vanaf 2018 volledig zal zijn.
Het kabinet verwacht dat 13% van de AOW’ers die een partnertoeslag ontvangt, te maken krijgt met de geleidelijke afschaffing. Het gaat in 2015 om circa 27.000 mensen, voor wie de partnertoeslag in vier jaarlijkse stapjes wordt afgebouwd. Dit aantal loopt in de jaren daarna snel af, doordat er vanaf april 2015 geen nieuwe mensen meer instromen in de partnertoeslag.
Door de geleidelijke manier waarop de toeslag omlaag gaat, is het jaarlijkse maximale inkomenseffect ongeveer -2 ¼% .
AOW-ers met een partner die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor de partnertoeslag. Dit geldt tot het moment waarop de partner zelf in aanmerking komt voor AOW.
Overigens wordt de partnertoeslag in 2015 volledig afgeschaft. Mensen die op of na 1 januari 1950 geboren zijn, ontvangen dan geen partnertoeslag meer.
zondag 2 juni 2013
Duitse banken ontkennen
Bron:NOS 31-05-2013
De grote Duitse banken ontkennen dat ze plannen hebben om de Nederlandse markt te bestormen met goedkope hypotheken.
Dat melden woordvoerders van onder meer Deutsche Bank, Commerzbank, ING Diba en Allianz aan de NOS. Rob Jansen, een hypotheekadviseur uit Deventer, zei gisteren dat vijf van de grootste Duitse banken plannen hebben om gezamenlijk de Nederlandse hypotheekmarkt te bestormen met een lage rente van 2,8 procent voor 10 jaar vast. Ze zouden voor in totaal 200 miljard euro willen uitzetten. Consumenten zouden hierdoor veel goedkoper uit zijn.
Duitse banken kunnen lagere tarieven rekenen, omdat zij gewoonlijk niet meer dan 70 procent van de marktwaarde financieren. De rest van het hypotheekbedrag moet met eigen spaargeld of met een extra lening met een opslag worden aangevuld
De grote Duitse banken ontkennen dat ze plannen hebben om de Nederlandse markt te bestormen met goedkope hypotheken.
Dat melden woordvoerders van onder meer Deutsche Bank, Commerzbank, ING Diba en Allianz aan de NOS. Rob Jansen, een hypotheekadviseur uit Deventer, zei gisteren dat vijf van de grootste Duitse banken plannen hebben om gezamenlijk de Nederlandse hypotheekmarkt te bestormen met een lage rente van 2,8 procent voor 10 jaar vast. Ze zouden voor in totaal 200 miljard euro willen uitzetten. Consumenten zouden hierdoor veel goedkoper uit zijn.
Duitse banken kunnen lagere tarieven rekenen, omdat zij gewoonlijk niet meer dan 70 procent van de marktwaarde financieren. De rest van het hypotheekbedrag moet met eigen spaargeld of met een extra lening met een opslag worden aangevuld
Abonneren op:
Posts (Atom)